Kinderhaptotherapie

Haptotherapie bij kinderen: als voelen nog vanzelfsprekend is

Kinderen leven vaak nog dicht bij hun gevoel. Als contact goed voelt, gaan ze naar er naar toe, als het niet goed voelt gaan ze er van weg. Als dat weggaan niet mogelijk is dan sluiten zij zich af in hun gevoel. De vrije ontwikkeling stagneert. De oorzaak hiervoor kan binnen of buiten het kind liggen. Vaak zal een kind hier moeilijk alleen uit komen. Als ouder voel je dan dat het niet zo goed gaat met je kind. De kinderhaptotherapeut laat je kind spelenderwijs ervaren hoe het voelt als het zich afsluit voor contact en hoe het is als het zich openstelt voor contact. Een kind dat zich veilig voelt, kan worden aangeraakt. En wanneer een kind goed wordt aangeraakt kan het zich ook veilig voelen
zowel fysiek als emotioneel. Een kind dat uit evenwicht is geraakt toont dat het zich niet thuis voelt in zichzelf en in zijn sociale omgeving.

Hoe haptotherapie ouder en kind helpt

Haptotherapie kan voor kinderen die uit evenwicht zijn geraakt veel baat hebben. Deze vorm van therapie helpt je kind om weer contact te maken met zichzelf en zijn of haar eigen lijf. Dit gebeurt door gevoelservaringen aan te bieden in spelvorm, vaak samen met de ouder. Het hoofddoel van haptotherapie voor kind en ouder is het stimuleren en verbeteren van het liefdevolle en bevestigende contact tussen ouder en kind. De ouder kan vaardigheden aangereikt krijgen om het bevestigende contact met het kind te herstellen. Die vaardigheden zijn nodig voor een veilige gehechtheid van je kind. Een veilig gehecht kind kan zich weer op een gezonde manier verder ontwikkelen.

Wanneer kinderhaptotherapie?

Kinderhaptotherapie is bedoeld voor kinderen die te maken hebben met:

  • concentratieproblemen.
  • overactiviteit.
  • (faal) angst.
  • gedragsproblemen.
  • disbalans in lijf en leven.
  • lichamelijke klachten zonder duidelijke oorzaak.
  • problemen na een scheiding, rouwverwerking of een traumatische ervaring.
  • buikpijn- en hoofdpijn klachten.
  • het gepeste kind.
  • hoogbegaafde kinderen met sociaal onaangepast gedrag.
  • problemen met het uiten van gevoelens of omgaan met gevoelens.
  • agressie uiting, bijvoorbeeld door ruzie maken.
  • eetproblemen.
  • moeilijk slapen door piekeren en spanningen.
  • faalangst, neiging tot perfectionisme, onzekerheid, weinig zelfvertrouwen.
  • moeite met contact maken (verlegenheid).
  • begeleiding van hoog sensitieve kinderen.
  • alle klachten en/of problemen ten gevolge van gevoelens en emoties.